Lees meer over:
Matexi

Buurtbarometer toont: veilig in huis, kwetsbaar in het verkeer

30 januari 2026

De tweede Buurtbarometer-survey in samenwerking met Hoplr telde opnieuw meer dan 26.000 respondenten uit 186 Belgische gemeenten, en bevroeg het thema verkeersveiligheid. Daaruit blijkt dat 83% van de Belgen zich thuis voelt in de buurt, maar zodra we ons in het verkeer begeven, ontstaan er grote verschillen in veiligheidsgevoel. Terwijl de automobilist zich veilig waant, voelen fietsers en zeker stepgebruikers zich kwetsbaar. Vooral in middelgrote steden staat de verkeersveiligheid onder druk.

Uit de resultaten van de tweede survey blijkt een duidelijke hiërarchie in hoe veilig we ons voelen, afhankelijk van ons vervoersmiddel en onze woonplaats.

Koning auto vs. de step als hekkensluiter

Er heerst een grote kloof in de beleving van de verschillende vervoersmodi. De auto wordt met ruime marge én grote eensgezindheid als het veiligste vervoersmiddel ervaren (score +0.53 op een schaal van -2 tot +2). Ook te voet voelen we ons nog behoorlijk veilig (+0.17).

Zodra we op twee wielen stappen, slaat het gevoel om. De fiets scoort al negatief (-0.18), maar de step is de absolute hekkensluiter (-0.57). Stepgebruikers ervaren hun situatie als drie keer onveiliger dan fietsers.

Middelgrote steden scoren het slechtst

De grootte van de gemeente speelt een complexe rol in onze verkeersbeleving. We zien geen simpele lijn van dorp naar stad, maar een opvallend "dal-en-herstel"-patroon. 

  • In de kleinere gemeenten (< 30.000 inwoners), wat we het "dorpse hoogplateau" noemen, ligt de ervaren verkeersveiligheid het hoogst.

  • Dit staat in schril contrast met de middelgrote steden (50.000 - 100.000 inwoners), die een statistisch dieptepunt vormen. In deze "tussen-vallei" voelen inwoners zich voor de meeste vervoersmiddelen, waaronder de auto en de fiets, het minst veilig in het verkeer.

  • In de grotere steden (> 100.000 inwoners) zien we echter een "stedelijk herstel" waarbij de ervaren veiligheid weer opveert. Voetgangers voelen zich hier zelfs het veiligst van allemaal, wat wijst op het positieve effect van aangepaste infrastructuur.

Suggesties van de burger: van basiscomfort naar strijd om ruimte

Uit de meer dan 22.000 suggesties blijkt dat overdreven snelheid overal als de grootste bedreiging wordt gezien. Toch verschilt de gewenste oplossing fundamenteel per type gemeente:

  • In dorpen (< 20.000 inw.) ligt de focus op basisinfrastructuur. Bewoners vragen om elementaire zaken zoals veilige voetpaden, goede verlichting en het herstellen van putten in het wegdek.

  • Naarmate de populatie toeneemt, maakt deze vraag plaats voor een roep om verbeterde fietsinfrastructuur. 

  • In steden (> 100.000 inw.) zien we meer “strijd om ruimte”. De vraag naar hoogwaardige, afgescheiden fietsinfrastructuur (40-45%) is hier even groot als de bezorgdheid om snelheid. Inwoners willen dat de beperkte openbare ruimte zo ingericht wordt dat conflicten tussen auto, fiets en voetganger zoveel mogelijk vermeden wordt.

We voelen ons thuis, maar minder verbonden 

De resultaten van de tweede survey bevestigen het beeld van de eerste editie: de algemene perceptie van de buurt is positief.

  • Thuisgevoel: maar liefst 83% van de respondenten voelt zich thuis in zijn buurt.

  • Mobiliteit en groen: ook over de verplaatsingsmogelijkheden (79%) en het zicht op groen (70%) is men doorgaans tevreden.

  • Sociale cohesie: hier zien we lagere scores. Slechts 60% voelt zich verbonden met de mensen in de buurt.

  • Voorzieningen: met 59% tevredenheid over het winkelaanbod scoort dit aspect het laagst, waarbij de meningen sterk verdeeld zijn afhankelijk van de woonplaats.

Conclusie

De tweede Buurtbarometer bevestigt dat een sterke buurt op twee snelheden beweegt. Enerzijds zit het met de basis goed: de overgrote meerderheid van de Belgen voelt zich thuis in zijn buurt en is tevreden over de verplaatsingsmogelijkheden en het groen. Anderzijds blijft het sociale weefsel kwetsbaar: het gevoel van verbondenheid met de buren hinkt achterop. Een aangename fysieke leefomgeving vertaalt zich dus niet automatisch in een hecht sociaal netwerk.

Op vlak van verkeersveiligheid ligt de uitdaging vooral in het maatwerk per gemeentetype. Terwijl grote steden profiteren van een 'stedelijk herstel' door aangepaste infrastructuur, en dorpen teren op hun kleinschaligheid, vallen de middelgrote gemeenten (50.000-100.000 inwoners) te vaak tussen wal en schip met de laagste veiligheidsscores. De opdracht voor beleidsmakers is helder: in dorpen betekent veiligheid het aanleggen van basiscomfort zoals voetpaden; in middelgrote gemeenten en steden vraagt het om de fysieke scheiding van verkeersstromen om de strijd om de ruimte te beslechten.

Share: